maandag 24 november 2014

Wat de 'Wolf of Wall Street' van een eend kan leren

Volgens Jordan Belfort, zo schreef de Volkskrant afgelopen week, kun je mensen in twee soorten opdelen: Eenden en Adelaars.

Adelaars gaan ervoor, zegt Belfort, en Eenden kwaken alleen over waarom ze niets bereiken. Zijn 1500 toehoorders in de RAI zijn natuurlijk Adelaars, stelt hij, alleen al omdat ze bij zijn seminar zijn.
En dat horen ze graag.

Eenden, adelaars: een nadere kennismaking
Nu heb ik een grote sympathie voor eenden, vooral sinds mijn vrouw me, toen we net iets hadden, het boekje van Max Velthuijs gaf waarin Kikker verliefd wordt op Eend.
De Eend van Max Velthuijs is lief, zacht en zorgzaam, en maakt zich inderdaad wel eens druk over dingen alvorens iets te doen.

Jordan Belfort maakt zich niet merkbaar druk over dingen. Hij is meer dan een Adelaar, hij is de 'Wolf of Wall Street', de man die in de jaren negentig onervaren beleggers massaal van hun geld afhielp met waardeloze aandelen.

Later getuigde hij tegen zijn partners en ondergeschikten om zijn eigen gevangenisstraf tot 22 maanden te beperken. Zijn memoires werden verfilmd door Martin Scorsese met Leo DiCaprio in de hoofdrol. Als 'motivational speaker' verdient hij volgens eigen zeggen nu meer dan in zijn beste jaren als aandelenfraudeur. De Volkskrant vond zijn praatje in de RAI aanleiding voor een paginagroot artikel.

Hoewel hij zijn slachtoffers nog lang niet heeft terugbetaald, en regelmatig schuldeisers moet ontwijken, zit Jordan Belfort duidelijk weer in de lift.

De populariteit van de Grote Boze Wolf
De vraag is waarom die 1500 luisteraars daar voor minimaal 87 euro per persoon zitten. Het is natuurlijk prima om het af en toe te horen: kom uit je luie stoel als je iets voor elkaar wilt krijgen, geloof in jezelf, wees niet bang om af en toe op je gezicht te gaan. Maar of het erg vernieuwend is?

Eerlijk gezegd denk ik dat velen vooral de Grote Boze Wolf van dichtbij wilden zien en van hem horen dat ze Adelaars zijn. Grote Boze Wolven zijn nu eenmaal aantrekkelijk.

Belfort is niet de enige Grote Boze Wolf die mensen aan zijn lippen heeft hangen. Zo wordt de markt van flirt- en versiercoaches momenteel nogal gedomineerd door lieden (Julien Blanc is het meest beruchte voorbeeld, maar ook 'onze eigen' Tim Veninga kan er wat van) die hun klanten voorhouden dat je de vrouw die je wilt versieren het beste like shit kunt behandelen.

Nog afgezien van het vrouwonvriendelijke karakter vraag ik me af of je iemand die verlegen is bij vrouwen echt helpt door hem te leren zijn zelfvertrouwen op te hangen aan het over grenzen gaan of vernederen van anderen.

Zwart-wit
Het probleem met Jordan Belfort, Julien Blanc en helaas heel veel andere 'goeroes' is dat ze maar twee smaken kennen. Of je bent een loser die op de grond blijft zitten, of je bent een winner die zijn ladder tegen de muur zet en gaat klimmen, zonder te bedenken of je ladder misschien niet tegen de verkeerde muur staat, of op de voeten van iemand anders.

In werkelijkheid hebben we allemaal wel iets in ons van de Adelaar en van de Eend. Welke van de twee het meest wakker geschud moet worden hangt van de persoon en de situatie af. En ik denk dat veel Eenden (terecht) Jordan Belfort niet de meest geschikte persoon vinden om de Adelaar in hen wakker te schudden. Eenden hebben vaak een goede antenne voor mensen die ladders op de voeten van anderen neerzetten.

Op deze manier bevestigen mensen als Jordan Belfort en Julien Blanc vooral Eenden en Adelaars in hun stereotiepe rol. En dat is niet iets wat je als coach of motivational speaker zou moeten nastreven. 

Laatste les van de Eend
En als Jordan Belfort zelf iets meer van een Eend had gehad, waren er een hoop minder mensen financieel geruïneerd geweest, had hij zelf niet bijna twee jaar in de cel gezeten, en hoefde hij nu niet om zijn schulden af te betalen anonieme mensen in de RAI vertellen dat ze Adelaars zijn, enkel en alleen omdat ze naar hem luisteren.


dinsdag 18 november 2014

Liever een kaart die niet klopt, dan helemaal geen kaart

Een van mijn eerste klussen bij IT-dienstverlener Pink Elephant, mijn eerste werkgever, was op een helpdesk. Het was een skilled helpdesk: we losten 70-80% van alle storingen zelf op.

Chaos en vertraging
Toen kwam er een nieuw registratieprogramma.
Wanneer je daarin drie achter elkaar binnenkomende storingen had geregistreerd en vervolgens de eerste er weer bij wilde pakken om op te lossen, moest je door het menu naar een compleet nieuwe module van het programma. Grote vertraging, om maar te zwijgen van de chaos als je weer terug moest omdat er een nieuw telefoontje tussendoor kwam.

'Dat is nu eenmaal de methode'
Het werd ons al snel duidelijk dat deze constructie alleen werkte voor een non-skilled helpdesk, die enkel registreert en de melding doorzet naar specialisten (het soort helpdesk trouwens, waar veel gebruikers zo de zenuwen van krijgen).
Toen we de projectleider hierop aanspraken was zijn reactie kortweg: 'Dat is nu eenmaal volgens de methode ITIL.'

Nu wisten wij genoeg van dat ITIL om te weten dat het geen vaste methode is, maar slechts een algemene beschrijving van de werkprocessen in het IT-beheer. En we hadden genoeg cursus gehad om te weten dat nergens wordt voorgeschreven dat een helpdesk zelf geen storingen mag oplossen.
We wezen de projectleider daarop, en de reputatie van de eigenwijze Pinker was weer gevestigd.

Houvast
Deze projectleider had last van iets wat vrij algemeen voorkomt: de behoefte om zich aan een informatiebron of voorschrift vast te klampen.

Mensen willen nu eenmaal graag controle hebben over dingen die ze ingewikkeld of bedreigend vinden. Na rampen met vuurwerkfabrieken of cafés is er altijd de roep om betere wetten en regels (die dan weer als hinderlijk worden ervaren als er een tijd niets is misgegaan). En er zijn altijd mensen die hopen het opgelaaide zwartepietenconflict (waar ik in de vorige post al over schreef) te bevriezen in regels en afspraken.

Liever een kaart die niet klopt
Het merkwaardige is dat we dan vooral de informatiebronnen of voorschriften gebruiken die makkelijk voorhanden zijn, ongeacht of ze nu kloppen of van toepassing zijn.

Artsen en organisatieadviseurs gebruiken graag hun favoriete behandelmethode, ook als die niet past bij de situatie. En ik kom nog steeds adviseurs tegen die bij hoog en laag beweren dat er naast hun methode niets anders meer nodig is.

Managers richten zich dolgraag op makkelijk beschikbare financiële plaatjes, en vergeten dan de informele menselijke aspecten en de risico's waar ze geen getalletje aan kunnen hangen. En veel financiële dienstverleners gebruiken formules waarvan al lang bekend is dat ze niet kloppen, omdat ze een formule willen gebruiken en dit nu eenmaal de enige beschikbare is.

Al deze mensen (en wij ook, Brutus!) vallen gemakkelijk voor de zogenaamde availability bias, de neiging om wat we nu eenmaal kennen te gebruiken, ook al klopt het niet of is het niet van toepassing.
Natuurlijk is het soms heel nuttig om methoden, formules, regels, afspraken, best practices, enzovoorts te gebruiken. Maar als je daarbij niet je eigen kritische verstand blijft gebruiken, kom je al snel in de situatie van iemand die liever door Amsterdam loopt met een kaart van Rotterdam, dan helemaal zonder kaart.

maandag 3 november 2014

Waar het om gaat - daar gaat het vaak niet over

Vooropgesteld: ik kan niet in het hoofd kijken van de mensen die - hetzij voor, hetzij tegen - stelling nemen in de Zwarte Piet-discussie.

Het onderwerp raakt mensen blijkbaar. Zelfs rekening houdend met de hype-factor van de media (en de notoire Nederlandse neiging om werkelijk overal een mening over te verkondigen), ga ik ervan uit dat het gevoel van beide kanten oprecht is.

De vraag is alleen: gaat dit nog echt over die Zwarte Piet?

Een gedachtenexperiment
Stel, we schaffen Zwarte Piet af. Is (bijvoorbeeld) het gevoel van sommigen dat ze als groep niet serieus worden genomen dan ineens weg?

Of stel, Piet mag blijven, ongewijzigd. Voelen mensen (bijvoorbeeld) zich dan ineens helemaal op hun gemak met de manier waarop tegenwoordig zo veel vertrouwde dingen ter discussie worden gesteld?

Waar het over gaat bij conflicten
In dit soort gepolariseerde discussies gaat het zelden over datgene waar het werkelijk om gaat. Dat geldt voor het maatschappelijke debat, maar ook voor privé- of zakelijke situaties.

We graven ons al snel in op standpunten (Ik vind ...), en vergeten de echte belangen op tafel te krijgen (Wat heb jij nodig? Wat heb ik nodig?)
We doen alles om onze eigen standpunten te onderbouwen en die van de tegenpartij te ondergraven, in plaats van oplossingen te zoeken die, waar mogelijk, recht doen aan ieders belang.

(c) "Mike" Michael L. Baird
Volgens onderzoeker Friedrich Glasl escaleert een conflict daardoor al snel naar een situatie waarin we elkaar niet meer vertrouwen, en alleen nog maar op de persoon spelen.

We steken dan vooral energie in het zwart maken van de ander, en genoegdoening eisen omdat de ander ons niet serieus neemt.

Als we dit lang genoeg volhouden, komen we in een fase waarin we alleen nog maar de ander uit willen schakelen, al gaat dat ten koste van onszelf.

(Een extreem voorbeeld van dat laatste: een miljonair die bij een scheiding zijn vrouw de helft van zijn bezit moest geven. Hij verkocht zijn Jaguar voor tien dollar en gaf haar de helft.)

De menselijke factor
Geen fraai patroon, wel menselijk, en iets waar we, in de huidige complexe tijd mee zullen moeten omgaan. Of dat nu privé is, of zakelijk, of maatschappelijk.

En wat betreft die Piet: zolang er mensen zijn die vinden dat er wel genoeg over de slavenhandel is gezegd, en tegelijkertijd mensen die vinden dat dat absoluut nog niet genoeg is gedaan, is het Nederlandse koloniale verleden blijkbaar nog niet helemaal verwerkt.

Nieuwe regels over hoe we de volgende Sinterklaas gaan vieren zullen dat niet een, twee, drie gaan veranderen.


maandag 13 oktober 2014

De wet van behoud van energie

Training geven is een van de belangrijkste delen van mijn werk. Het is mooi en enorm bevredigend. Wellicht herken je dit in je eigen werk.

Intensief werk
Hele dagen voor een groep staan is ook intensief. Je hebt, vergeleken met een 'kantoordag', veel minder gelegenheid om even achterover te leunen. Vooral het opstarten van een training vergt een investering in energie. De dynamiek die daarna met een groep ontstaat geeft veel energie, maar zorgt er ook voor dat je niet altijd in de gaten hebt wat een fysieke belasting het kan zijn.
Ook dit herken je misschien in je werk.

Introvert of extravert
Ik ben daarnaast, hoewel ik erg geniet van interactie en me in gezelschap prima thuis voel, in wezen vrij introvert.
Dat begrip wordt vaak verkeerd begrepen: introvert is niet identiek aan stil of verlegen. Het heeft meer te maken met hoe je energiehuishouding werkt.

Grof gezegd laden introverten hun batterij op als ze alleen of in gezelschap van een naaste zijn, en verbruiken die energie in groot gezelschap. Extraverten laden hun batterij juist op in gezelschap, en verbruiken die energie wanneer ze op zichzelf zijn aangewezen.

Op de energiemeter letten
Een van de dingen die ik de afgelopen tijd weer merk is hoe makkelijk het is om de energiemeter uit het oog te verliezen.
Ik heb gelegenheden nodig om mijn energie uit te geven. Zonder dat ontbreekt de voldoening, de zingeving.
Ik heb ook privétijd nodig om weer energie op te laden. Zonder dat loop ik langzaam leeg. Je kunt verrassend lang door op een bijna lege batterij, maar eens valt het motortje stil.

Reden genoeg om alert op de energie te zijn. Het blijft een balanceeract.
Ook dat herken je wellicht.

woensdag 8 oktober 2014

Waarom je vooral niet jezelf moet zijn

Ik las ooit een verhaal van oud-schaakkampioen Vasily Smyslov, die vertelde hoe hij vlak voor een toernooi ontdekte dat hij geen colbertje in zijn koffer had gestopt.
Hij ging snel de stad in, griste in de eerste de beste kledingwinkel een willekeurig jasje uit het rek, rekende af en ging tevreden naar zijn hotel om zich voor te bereiden op zijn eerste partij.

Een half jaar later overkwam hem dit opnieuw. Weer vond hij een kledingwinkel en kocht een willekeurig jasje.
Na het toernooi hing hij thuis het nieuwe jasje in de kast. Tot zijn verbazing bleken de twee jasjes volkomen identiek. Hij had twee keer zonder erbij na te denken exact dezelfde keuze gemaakt.

Wie ben ik?
Als trainer hoor ik wel eens mensen zeggen dat ze door het leren van nieuwe gedragsvormen 'niet meer zichzelf' zouden zijn. 
De vraag is om te beginnen al: wat is dat, jezelf zijn? Wanneer ik training geef laat ik andere stukken van mezelf zien dan wanneer ik met mijn vrouw praat, of met mijn vrienden. Ieder professioneel gedrag heeft iets van een masker, en zolang dat masker niet te veel op je gezicht schuurt is dat prima.

Automatismen
Maar wat we 'onszelf zijn' noemen is meestal niet meer dan wat we zo grondig hebben aangeleerd dat we er niet meer over nadenken. Wanneer dat gaat om het jasje dat Smyslov achter het schaakbord draagt zijn de gevolgen nog wel te overzien. Maar als hij op dezelfde manier gedachteloos een zet doet in de beslissende partij van een WK-match, wordt het al erger. 

En als wij automatisch een lastige klant een grote bek geven, of bij een dominante manager in onze schulp kruipen, hadden we misschien beter ook even niet onszelf kunnen zijn.

woensdag 16 juli 2014

Creatief met bakstenen

Hoeveel toepassingen kun je verzinnen met een baksteen? Die vraag stellen 'creativiteitsgoeroes' nog wel eens, en de veronderstelling is: hoe meer toepassingen je kunt bedenken, hoe creatiever.

Of dat zo is valt te betwijfelen. Robert Fritz zei ooit: 'De beroemde architect Frank Lloyd Wright had maar één toepassing voor een baksteen, namelijk huizen bouwen. Was hij daarom minder creatief?'

Hoe creatief zijn we eigenlijk?
Onlangs zat ik te bladeren in een aardig boekje over innovatie van Stephen M. Shapiro, Best practices zijn dom.
Shapiro heeft vele groepen de bakstenenvraag gesteld, en het resultaat was niet om over naar huis te schrijven. Kijkend naar de steen kwamen de meeste mensen tot dezelfde beperkte toepassingen.

Maar toen Shapiro hen vroeg om te denken aan manieren om een baksteen voor iets concreets (bijvoorbeeld je lichaam) te gebruiken, kwamen er veel meer ideeën (als gewicht om spieren te trainen, op je hoofd leggen om je houding te verbeteren, als scrubsteen, enzovoorts).

Puntdenken en lijndenken
Shapiro's conclusie is dat puntdenken (uitgaan van alleen de baksteen) nuttig kan zijn, maar dat lijndenken (de baksteen aan een toepassing verbinden) de ware kern van creativiteit is.

Kunstenaars (zoals Frank Lloyd Wright) zijn meesters in het verbinden van middelen aan een toepassing. Ik lees nu de mooie Beethoven-biografie van Jan Caeyers, die ook weer laat zien hoe een kunstenaar zijn vermogen moet ontwikkelen om de bakstenen (klanken, muzikale vormen) te gebruiken en aan te passen voor het verwezenlijken van zijn muzikale visie.

De visie van de meester
Kijkend naar de noten op zijn papier had Beethoven ook kunnen besluiten een jaar te besteden aan andere, niet-muzikale dingen die je met die bolletjes, lijntjes en vlaggetjes kunt doen. Dat had misschien een aardig schilderijtje opgeleverd, maar je moet er toch niet aan denken dat 's werelds grootste componist zoveel tijd kwijt zou zijn geweest aan dingen die niet aan zijn persoonlijke visie hadden bijgedragen.

donderdag 26 juni 2014

Patronen in je leven

Een van de voordelen van niet meer piepjong zijn, is dat je gebeurtenissen in context kunt zien. Niet omdat je zoveel slimmer bent, maar omdat je over een langere periode terug kunt kijken, en daardoor de patronen ziet.

Veel mensen worstelen met hun ‘bestemming’ in het leven. Ze hebben het idee dat ze hier en nu een antwoord op die vraag moeten vinden, en juist die verplichting maakt het zwaar.

Een bestemming waarvan het besef plotseling uit de hemel komt vallen levert een mooie Hollywood-film op, maar voor gewone stervelingen zoals jij en ik ontstaan bestemmingen doorgaans geleidelijk, door dingen uit te proberen, door te ervaren wat wel klopt voor je gevoel en wat niet. 

Reiziger, er is geen pad, alleen een kielzog in de zee, dichtte Antonio Machado.

Steeds opnieuw moeten verzinnen waar het heen moet is nogal vermoeiend. Maar juist als je na een tijd terugkijkt op het kielzog dat je hebt achtergelaten, kun je een idee krijgen wat al die zwenkingen en rechte einden betekenen, wat de patronen in jouw leven zijn. 
En nog belangrijker: of die werken voor de toekomst of dat er nieuwe nodig zijn.

Datzelfde geldt ook voor organisaties. Veel organisaties zijn zoekende naar de juiste visie of strategie. Of ze volgen juist klakkeloos ‘de nieuwste mode’, zonder te beseffen dat die nieuwste mode vaak oude wijn in nieuwe zakken is, oude wijn die destijds niet voor niets ondrinkbaar is verklaard. 

Iets wat een simpele blik op hun kielzog hun had kunnen vertellen