maandag 11 juni 2012

Lange of korte termijn

Mark Rutte reageerde vorige week nogal zuur op berichten dat voorzitter Van Rompuy op verzoek van de Europese Raad werkte aan plannen voor structurele veranderingen in Europa. We moeten niet vluchten in vergezichten, zei hij, maar nu problemen oplossen.

Het was natuurlijk een beetje de automatische reactie van een lijsttrekker die in verkiezingstijd de hete adem van anti-Europese kiezers in zijn nek voelt. Rutte relativeerde zijn verbale wegwerpgebaar dan ook snel.

Maar het zegt ook wel iets over hoe beide mannen denken. En het is een bijna schematische weergave van het eeuwige spanningsveld tussen lange- en kortetermijn-resultaten.

Op korte termijn denken levert snel iets op. Dat is wat Rutte doet: er onder druk op aandringen dat er snel een probleem wordt weggenomen, of in ieder geval de indruk wordt gewekt dat we ergens mee bezig zijn.

Van Rompuy denkt al verder dan de recessie. Hij weet dat kortetermijn-oplossingen een risico met zich meedragen. Want wat als het probleem weg is? Business as usual? Grote kans dat hetzelfde probleem over een paar jaar net zo hard weer terugkomt.
De moeilijkheid voor Van Rompuy, nog afgezien van de steeds meer om zich heen grijpende Eurofobie in de lidstaten, is dezelfde waar veel veranderaars in organisaties mee worstelen: structurele verbeteringen leveren niet zo heel snel zichtbaar resultaat op. En zijn dus moeilijk te verkopen.

Het is te hopen dat de politieke veranderaars de balans tussen structurele verbetering en snel resultaat kunnen vinden. Er hangt wel wat van af.

maandag 4 juni 2012

Mr Alia lost uw succes in zaken op

Als je in de grote stad woont (en misschien ook wel daarbuiten) heb je vast wel eens zo’n papiertje in de brievenbus gehad waarop een ‘groot medium en helderziende’ zijn hulp aanbiedt, ‘ook in de meest hopeloze gevallen enz.’

Dat ‘enz’ doet het hem natuurlijk.

Mr. Alia schijnt verder wat moeite te hebben met het uit elkaar houden van problemen, oplossingen en wensen. Zie de nogal willekeurige opsomming van alles waar hij bij kan helpen: ‘gezondheidsproblemen / impotentie, succes in zaken, familieproblemen, bescherming tegen elk gevaar…’. Enz.
Voor iemand die zegt dat hij ‘voor alle problemen een oplossing’ kan leveren, lijkt me dat onderscheid toch van enig belang. Je zult maar last hebben van succes in zaken.

We kunnen erom lachen. Maar hoe goed gaan we er zelf mee om? Hoe vaak blijven we zelf hangen in problemen, waardoor we geen stap verder komen? En hoe vaak gaan we snel aan een oplossing werken, zonder te weten of die ons wel echt brengt waar we willen zijn?

donderdag 31 mei 2012

Lelijke eendjes?

Vorig voorjaar had ik op de blog een item over jonge ganzen. De natuur is een cyclus, en dus werken de watervogelen ook dit jaar weer aan het nageslacht. Dit keer de zwanen.

Ofwel: gewoon mooi.

maandag 21 mei 2012

Ik ben lekker boos!

Boos zijn is soms een taboe. Je herkent het misschien wel:

"Stel je niet zo aan."
"Zo ben je net je vader, je oom Jan, je kleine broertje."
"Laten we vooral rustig blijven en het rationeel bekijken."

Boos zijn is soms een excuus. Sommige mensen gebruiken het als een effectieve manier om hun zin door te drijven. En tegenwoordig kom je veel het soort "boze burger" tegen dat ervan uit lijkt te gaan dat hij per definitie gelijk heeft, omdat hij nu eenmaal boos is.

Maar boosheid is soms terecht. Het kan een signaal zijn dat iemand over je grens heen gaat. Dat je even voor jouw belang op de barricaden moet.

Het kan ook een signaal zijn dat je jezelf een schop onder je kont moet geven. Boosheid is ook energie. En ik heb gemerkt dat dat erg van pas kan komen als je een tijd om een bepaalde hete brij aan het draaien bent.

"EN NU HAK JE GEWOON #$%*^@#$% EEN KNOOP DOOR!"

Ahhh, lekker! Beweging.

maandag 14 mei 2012

Lekker mee naar Abilene, of toch maar eigenwijs?

Trainen is soms ook verhalen vertellen. Hier is een leuke die ik onlangs hoorde:

Een echtpaar in Texas zit met de ouders van de vrouw een spelletje domino te spelen op de veranda. Iemand vraagt: "Wat zullen we doen met het eten?" De vader van de vrouw zegt: "Zullen we naar Abilene rijden en in het Café daar gaan eten?"

Er valt even een stilte, en in de hitte vegen mensen wat zweet van het voorhoofd. De vrouw zegt dat het haar wel een goed idee lijkt. Haar man vraagt nog even hoe ver het rijden is (ruim 80 kilometer) en of de airco al gerepareerd is ("Nope"), en zegt dan dat hij wel wil als zijn schoonmoeder ook wil. Natuurlijk, zegt die, dat wil ze wel.

De rit is lang, stoffig en smoorheet. De hamburgers zijn niet te eten. De terugrit is al net zo onaangenaam.

Als ze na vier uur weer thuis zijn, zegt iemand dat het toch best wel leuk was.
Voorzichtig brengt de schoonmoeder dan naar voren dat ze eigenlijk liever thuis was gebleven. "Ik ging vooral mee omdat jullie zo enthousiast leken."
De man zegt, "Ik ging vooral mee om jullie een plezier te doen."
De vrouw zegt, "Ik ging vooral mee omdat pa het voorstelde."
Iedereen kijkt de vader aan. "Tja," zegt die, "ik stelde het alleen maar voor omdat ik dacht dat jullie je zaten te vervelen."

Soms heb je van overeenstemming meer last dan van een conflict. Het kan dus geen kwaad elkaar bij een besluit even te vragen: "Are we going to Abilene?"

donderdag 10 mei 2012

Als de vos de passie preekt ...


Een van de dingen die je vaak hoort, en die me ook vandaag weer werd verteld, is dat we passie moeten hebben.
Dat zette me even aan het denken.

Passie. Is dat nodig?
Ja, natuurlijk. Zonder passie geen energie, geen beweging, geen voldoening.

Passie. Ben je er dan?
Volgens sommigen wel. 'Alles waar je van kunt dromen kun je ook bereiken,' zeggen ze dan. Zou dat zo zijn?


Eind 19e en begin 20e eeuw waren tientallen mensen bezig om machines uit te vinden waarmee ze konden vliegen. Velen besteedden jaren van hun tijd en een groot deel van hun spaarcenten hieraan.
Je kunt wel zeggen dat ze een bewonderenswaardige passie hadden.
De meesten kwamen niet serieus van de grond. Zij die dat wel deden kwamen meestal ook weer ongezond hard neer. Een aantal van hun pogingen kun je zien in een grappig (en soms ook pijnlijk) filmpje. Blijf vooral kijken tot de tweede verschijning van de raketten-man (rond 1:30).

Wilbur en Orville Wright, een tweetal weinig opvallende fietsenmakers uit Ohio, slaagden er wel in een gecontroleerde vlucht uit te voeren. Waren zij dan gepassioneerder over wat ze deden dan die anderen?
Dat leert de geschiedenis niet. Wat de geschiedenis wel leert is een paar andere dingen:

De gebroeders Wright hadden als fietsenmakers enige kennis van constructies. Maar daar lieten ze het niet bij.
Ze lazen de geschriften van andere luchtvaartpioniers, en trokken hun conclusies daaruit. Ze testten modellen uit in een primitieve windtunnel. Ze gingen stap voor stap te werk, en leerden uit iedere stap weer. Waar hun kennis tekort schoot, bijvoorbeeld op het gebied van de motor, riepen ze hulp in.
Ze hielden een 'low profile', klopten zich niet in het openbaar op de borst over hun passie. Ze hielden hun doel voor ogen en deden gewoon wat gedaan moest worden om dat te bereiken.

Passie was bij hen een gerichte liefde voor het idee dat ze werkelijkheid wilden laten worden. Daarnaast hadden ze daadkracht en geduld, ze kenden hun grenzen, en ze waren bereid te leren uit ervaringen, om hun kennis en vaardigheid te vergroten.

Dat is een combinatie waar je succes mee maakt.

maandag 7 mei 2012

Roots

Net terug van een stedentrip naar Wenen. Niet alleen de stad van Sissi-souvenirs, maar ook een van de geboorteplaatsen van de moderne tijd, de moderne kunst, het moderne denken. De stad die zowel Hitler als Freud, Theodor Herzl en Ludwig Wittgenstein vormde. De stad waar de architect Loos strakke moderne gebouwen naast de barokke paleizen bouwde, en waar Friedensreich Hundertwasser daar weer bontgekleurde sprookjeshuizen naast liet zetten.

Het is ook de stad waar mijn grootvader tot zijn 25e jaar woonde. Een beetje mijn stad, dus.
Het was mooi, maar soms lastig, om een deel van mijn roots tegen te komen waar ik me niet dagelijks bewust van ben. De omgangsvormen, die kalmer en indirecter, maar soms ook stugger zijn dan in Nederland. Het grotere beroep op collectieve regels en fatsoensnormen, wat soms prettig is (rustig in een park zitten zonder schetterende muziek), maar soms niet (de felheid waarmee museumsuppoosten de regels handhaven is bepaald verontrustend).
Ik leerde mezelf ook weer wat beter kennen: die indirectheid die ik goed ken, de moeite die ik soms heb met Nederlandse grote bekken.

We vinden onszelf tegenwoordig vooral zelfstandige individualisten. Terwijl we voor een groot deel ook het product zijn van de omgeving. We denken vaak dat we dingen uit vrije wil doen, maar in feite zijn we vaak onbewust nog steeds bezig te reageren op wat we uit onze omgeving mee hebben gekregen.
En zonder gelijk Sigmund Freud te gaan spelen: het is wel handig om het verschil tussen vrije keuzes en automatismen te leren kennen, als we echt effectief willen functioneren.